zondag 17 mei 2026

Van de kaasboer via ruïnes naar het noordelijkste puntje van Schotland

Gisteren hebben we na een bordje spaghetti een paar potjes kezen gedaan. Het was niet echt mijn avond dus Edwin won glansrijk. Jammer. Vannacht heeft het de hele dag geregend, maar ik vind dat altijd wel gezellig zo op het dak van de camper, ik kan er in ieder geval prima op slapen. Vanmorgen werden we al vroeg gewekt door een zanglijster die er zin in had vandaag. Ik zette koffie met de nieuw aangeschafte koffiemaker van GBP 6 bij de Tesco. Kan nooit heel goed zijn, maar hij hoeft het ook maar 2 weken vol te houden. De koffie was prima, dus so far so good.

Vandaag stond er op zich niet zo'n hele lange rit op het programma, maar met alle tussenstops, tanken en boodschappen doen, was het een goed gevulde dag. We wilden vandaag een stuk van de NC500 rijden, een weg van 500 mijl langs de kust van Schotland, met eindbestemming John O'Groats: het noordelijkste puntje van Schotland. Onderweg wilden we een paar uitzichtpunten meepakken en wat kastelen, of wat daar nog van over is, want ruïnes zijn veel leuker dan opgeknapte kastelen vind ik. Het weer was wisselvallig: soms blauwe lucht en zon, soms flinke buien en grijs en grauw.


Een van de eerste stops was Skelbo Castle, waar je met een korte wandeling naartoe kon lopen. Het dateert uit de 14e eeuw en ligt prachtig aan het water.




Het was eb, en verderop op de zandbanken zagen we met de verrekijker de zeehonden lekker liggen te chillen. Ook was het een groot feest voor de watervogels. We praatten nog wat met andere mensen, aten en dronken en even wat, voordat we weer op pad gingen.


Het volgende kasteel lieten we even schieten, want de weg ernaartoe leek ons niet echt geschikt voor onze camper. Dus door naar een kasteel dat ik wel graag wilde zien: Sinclair Girnogoe. Het combineert de overblijfselen van twee kastelen: Girnigoe uit de 15e eeuw en Sinclair uit de 17e eeuw. Het regende iets, dus de meegebrachte regenjassen kwamen toch nog van pas. We vonden het de stop en de wandeling door de regen meer dan waard!




Het volgende kasteel wat we wilden zien, was niet open voor publiek, dus moesten we helaas ook overslaan. Dus meteen door naar John O'Groats in het uiterste noorden van het vaste land. Een klein, en supertoeristisch dorpje. Het zou zijn naam ontlenen aan Jan de Groot, die in 1496 het veerrecht tussen Schotland en de Orkney eilanden verwierf van koning Jacobus IV van Schotland. Het dorp is klein, en bestaat vooral uit gift shops, plekken om te overnachten, en uiteraard een whisky distilleerderij. Wij liepen er even rond, en maakten wat foto's voordat we doorreden naar de camping van vannacht. We hadden echt geen puf meer voor de wandeling van 1,5 uur naar Duncansby Stacks, dus ook die hebben we gelaten voor wat het was.







Inmiddels zijn we aangekomen op onze camping, vlak bij de ferry die we morgen naar de Orkney Eilanden nemen. Een simpele camping, een beetje hippie-achtig met veel felle kleurtjes, en tierlantijntjes. We hebben een tijd gereserveerd voor de douche, en kunnen hier ons chemisch toilet legen en afwaswater lozen en water bijvullen. Dan kunnen we daar weer een paar dagen mee vooruit. 

Vanavond staat de gisteren gekregen pork pie op het menu, met nog wat spruitjes die over zijn van de vorige keer. Morgen om half 10 varen we naar de Orkney Eilanden, ik ben benieuwd wat we daar de komende 2 dagen gaan zien. 

1 opmerking: